Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

B&W vergadering

dinsdag 6 oktober 2026

09:00 - 15:00
Locatie

Collegekamer

Voorzitter
A. (Astrid) Heijstee - Bolt

Agendapunten

  1. 1
    Opening en vaststelling agenda
  2. 2
    Informatie-uitwisseling
  3. 3

    Besluit

    Conform besloten

  4. 4
    Openbare hamerstukken
  5. 4.a

    Door een inwoner van Leimuiden is een Gouden Wiek aangevraagd voor de heer H.J.P. Molkenboer. Deze aanvraag wordt ondersteund door meerdere verklaringen vanuit Leimuidense verenigingen en organisaties. De heer Molkenboer is eerder voorgedragen voor een Koninklijke Onderscheiding, maar kwam hiervoor niet in aanmerking. De aangeleverde informatie laat zien dat sprake is van langdurige, intensieve en maatschappelijk zeer waardevolle inzet voor meerdere doelgroepen binnen de gemeenschap van Leimuiden. Met deze toekenning spreekt het college expliciet waardering uit voor zijn structurele, belangeloze inzet en zijn grote beschikbaarheid voor anderen. Het college heeft besloten deze waardering toe te kennen aan de heer Molkenboer.

    Besluit

    1. De Gouden Wiek toe te kennen aan de heer H.J.P. Molkenboer
  6. 4.b

    De initiatiefnemers zijn voornemens om de recreatiebestemming op Woudsedijk-Zuid 26 in Woubrugge planologisch om te laten zetten in een permanente woonbestemming. Het college neemt een positieve grondhouding aan ten opzichte van het initiatief, maar stelt tegelijkertijd wel een aantal voorwaarden.

    Voorgesteld besluit

    1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het planologisch omzetten van de recreatiebestemming naar Wonen op Woudsedijk-Zuid 26 in Woubrugge, onder de volgende voorwaarden:
    a. Er dient te worden aangetoond dat het initiatief geen belemmeringen oplevert voor omliggende bedrijven en dat sprake is van een veilig en gezond woon- en leefklimaat, waarbij tevens wordt getoetst aan de gemeentelijke geurverordening;
    b. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie);
    c. Bij het niet realiseren van sociale- of middenhuur dient een afdracht gedaan te worden in het sociale vereveningsfonds om te voldoen aan de eis van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment;
    d. Bij eventuele toekomstige bouw- of verbouwactiviteiten dient er schriftelijk toestemming te zijn verkregen van het Hoogheemraadschap;
    e. Bij toekomstige vervanging van het bestaande chalet dient de bebouwing stedenbouwkundig aan te sluiten op de omgeving en te worden gerealiseerd als levensloopbestendige woning.
    f. In het huurcontract wordt vastgelegd dat de woning uitsluitend bedoeld is als seniorenwoning.
    2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.

    Besluit

    1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het planologisch omzetten van de recreatiebestemming naar Wonen op Woudsedijk-Zuid 26 in Woubrugge, onder de volgende voorwaarden:
      a. Er dient te worden aangetoond dat het initiatief geen belemmeringen oplevert voor omliggende bedrijven en dat sprake is van een veilig en gezond woon- en leefklimaat, waarbij tevens wordt getoetst aan de gemeentelijke geurverordening;
      b. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie);
      c. Bij het niet realiseren van sociale- of middenhuur dient een afdracht gedaan te worden in het sociale vereveningsfonds om te voldoen aan de eis van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment;
      d. Bij eventuele toekomstige bouw- of verbouwactiviteiten dient er schriftelijk toestemming te zijn verkregen van het Hoogheemraadschap;
      e. Bij toekomstige vervanging van het bestaande chalet dient de bebouwing stedenbouwkundig aan te sluiten op de omgeving en te worden gerealiseerd als levensloopbestendige woning.
      f. In het huurcontract wordt vastgelegd dat de woning uitsluitend bedoeld is als seniorenwoning.
    2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.
  7. 4.c

    Het college stemt in met het starten van een haalbaarheidsonderzoek door het COA naar een gezamenlijke duurzame opvanglocatie voor gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop van maximaal 367 asielzoekers aan de Kerkweg buiten het dorp Rijnsaterwoude. Het besluit betreft alleen het haalbaarheidsonderzoek en is geen realisatiebesluit. Het onderzoek moet inzicht geven in de uitvoerbaarheid en de voorwaarden voor een eventueel vervolg. Na oplevering van de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek volgt een integraal beoordelingsmoment van beide colleges over de invulling van de maatschappelijke thema’s en randvoorwaarden. Het streven is afronding van het onderzoek voor het einde van 2026.

    Voorgesteld besluit

    1. In te stemmen met het verzoek van het COA om gemeentelijke medewerking te verlenen aan een door het COA uit te voeren haalbaarheidsonderzoek naar één gezamenlijke duurzame opvanglocatie voor de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop aan de Kerkweg, buiten het dorp Rijnsaterwoude, voor de opvang van 367 asielzoekers. Daarbij wordt de planning gericht op afronding voor het einde van 2026. Het COA levert bij afronding ten minste de rapportage van het haalbaarheidsonderzoek, een businesscase uitgewerkt voor verschillende looptijden (te beginnen met een termijn van vijf jaar), een visie op participatie en communicatie voor een eventuele vervolgfase, de integrale besluitvormingsplanning, een voorstel voor de projectorganisatie en een aanpak van de maatschappelijke thema’s. Tot de maatschappelijke thema’s behoren onder meer veiligheid, leefbaarheid, gezondheid, zorg, onderwijs, werk en sport en bewegen. Deze opsomming is niet limitatief. Binnen de aanpak van de maatschappelijke thema’s geeft het COA in ieder geval zijn visie op veiligheid, werk, sport, spel en bewegen.


    2. Voor de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek de volgende bestuurlijke uitgangspunten vast te stellen:
    a. het onderzoek richt zich op één gezamenlijke duurzame opvanglocatie voor de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop aan de Kerkweg buiten het dorp Rijnsaterwoude voor de opvang van 367 asielzoekers;
    b. het onderzoek betreft uitsluitend de haalbaarheidsfase en houdt geen besluit in over de daadwerkelijke realisatie, vergunningverlening of ingebruikname van de opvanglocatie;
    c. het COA voert het haalbaarheidsonderzoek uit in nauwe samenwerking met beide gemeenten;
    d. het onderzoek moet inzicht geven in de ruimtelijke, technische, maatschappelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële uitvoerbaarheid van de locatie;
    e. de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop blijven gedurende de onderzoeksfase gezamenlijk bestuurlijk betrokken bij de uitvoering van de opvangopgave;
    f. beide colleges besluiten na afronding van het haalbaarheidsonderzoek, gelijktijdig en op basis van dezelfde onderzoeksresultaten, afzonderlijk en in onderlinge afstemming over een eventuele vervolgfase;
    g. het COA stelt als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek een visie op participatie en communicatie voor een eventuele vervolgfase op. Participatie over de mogelijke realisatie en verdere uitwerking van de opvanglocatie vindt plaats nadat het haalbaarheidsonderzoek is afgerond en uitsluitend indien beide colleges besluiten het project voort te zetten. Indien zich gedurende het haalbaarheidsonderzoek relevante ontwikkelingen voordoen, communiceren beide gemeenten hierover. Daarbij wordt steeds duidelijk gemaakt dat nog geen besluit over de daadwerkelijke realisatie van de opvanglocatie is genomen.


    3. Voor een eventuele vervolgfase de volgende randvoorwaarden vast te stellen en deze randvoorwaarden in het haalbaarheidsonderzoek te betrekken:
    a. als financiële randvoorwaarde geldt dat de kosten van voorbereiding, realisatie, exploitatie en beëindiging van een eventuele opvanglocatie volledig door het COA en/of het Rijk worden vergoed en dat de uitvoering voor beide gemeenten minimaal kostenneutraal is;
    b. indien in een eventuele vervolgfase desondanks niet-vergoedbare gemeentelijke kosten aan de orde komen, worden geen financiële verplichtingen aangegaan voordat deze kosten, inclusief de voorgestelde dekking, afzonderlijk en gemotiveerd ter besluitvorming zijn voorgelegd aan het college van de betreffende gemeente en, indien het budgetrecht aan de orde is, aan de gemeenteraad;
    c. voor een eventuele vervolgfase worden vooraf schriftelijke afspraken gemaakt over zeggenschap, verantwoordelijkheden, ambtelijke capaciteit, kosten, vergoedingen, aansprakelijkheid en risico’s.


    4. De eigen ambtelijke organisatie opdracht te geven om, in afstemming met de gemeente Nieuwkoop en het COA, in beeld te brengen welke afspraken voor een eventuele vervolgfase nodig zijn over projectorganisatie, besluitvorming, informatievoorziening, participatie, communicatie en de verdeling van verantwoordelijkheden, kosten, vergoedingen en risico’s tussen beide gemeenten, en hierover voorstellen ter besluitvorming aan beide colleges voor te leggen.


    5. De raadsinformatiebrief vast te stellen.

    Besluit

    1. In te stemmen met het verzoek van het COA om gemeentelijke medewerking te verlenen aan een door het COA uit te voeren haalbaarheidsonderzoek naar één gezamenlijke duurzame opvanglocatie voor de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop aan de Kerkweg, buiten het dorp Rijnsaterwoude, voor de opvang van 367 asielzoekers. Daarbij wordt de planning gericht op afronding voor het einde van 2026. Het COA levert bij afronding ten minste de rapportage van het haalbaarheidsonderzoek, een businesscase uitgewerkt voor verschillende looptijden (te beginnen met een termijn van vijf jaar), een visie op participatie en communicatie voor een eventuele vervolgfase, de integrale besluitvormingsplanning, een voorstel voor de projectorganisatie en een aanpak van de maatschappelijke thema’s. Tot de maatschappelijke thema’s behoren onder meer veiligheid, leefbaarheid, gezondheid, zorg, onderwijs, werk en sport en bewegen. Deze opsomming is niet limitatief. Binnen de aanpak van de maatschappelijke thema’s geeft het COA in ieder geval zijn visie op veiligheid, werk, sport, spel en bewegen.


    2. Voor de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek de volgende bestuurlijke uitgangspunten vast te stellen:
    a. het onderzoek richt zich op één gezamenlijke duurzame opvanglocatie voor de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop aan de Kerkweg buiten het dorp Rijnsaterwoude voor de opvang van 367 asielzoekers;
    b. het onderzoek betreft uitsluitend de haalbaarheidsfase en houdt geen besluit in over de daadwerkelijke realisatie, vergunningverlening of ingebruikname van de opvanglocatie;
    c. het COA voert het haalbaarheidsonderzoek uit in nauwe samenwerking met beide gemeenten;
    d. het onderzoek moet inzicht geven in de ruimtelijke, technische, maatschappelijke, organisatorische, bestuurlijke en financiële uitvoerbaarheid van de locatie;
    e. de gemeenten Kaag en Braassem en Nieuwkoop blijven gedurende de onderzoeksfase gezamenlijk bestuurlijk betrokken bij de uitvoering van de opvangopgave;
    f. beide colleges besluiten na afronding van het haalbaarheidsonderzoek, gelijktijdig en op basis van dezelfde onderzoeksresultaten, afzonderlijk en in onderlinge afstemming over een eventuele vervolgfase;
    g. het COA stelt als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek een visie op participatie en communicatie voor een eventuele vervolgfase op. Participatie over de mogelijke realisatie en verdere uitwerking van de opvanglocatie vindt plaats nadat het haalbaarheidsonderzoek is afgerond en uitsluitend indien beide colleges besluiten het project voort te zetten. Indien zich gedurende het haalbaarheidsonderzoek relevante ontwikkelingen voordoen, communiceren beide gemeenten hierover. Daarbij wordt steeds duidelijk gemaakt dat nog geen besluit over de daadwerkelijke realisatie van de opvanglocatie is genomen.


    3. Voor een eventuele vervolgfase de volgende randvoorwaarden vast te stellen en deze randvoorwaarden in het haalbaarheidsonderzoek te betrekken:
    a. als financiële randvoorwaarde geldt dat de kosten van voorbereiding, realisatie, exploitatie en beëindiging van een eventuele opvanglocatie volledig door het COA en/of het Rijk worden vergoed en dat de uitvoering voor beide gemeenten minimaal kostenneutraal is;
    b. indien in een eventuele vervolgfase desondanks niet-vergoedbare gemeentelijke kosten aan de orde komen, worden geen financiële verplichtingen aangegaan voordat deze kosten, inclusief de voorgestelde dekking, afzonderlijk en gemotiveerd ter besluitvorming zijn voorgelegd aan het college van de betreffende gemeente en, indien het budgetrecht aan de orde is, aan de gemeenteraad;
    c. voor een eventuele vervolgfase worden vooraf schriftelijke afspraken gemaakt over zeggenschap, verantwoordelijkheden, ambtelijke capaciteit, kosten, vergoedingen, aansprakelijkheid en risico’s.


    4. De eigen ambtelijke organisatie opdracht te geven om, in afstemming met de gemeente Nieuwkoop en het COA, in beeld te brengen welke afspraken voor een eventuele vervolgfase nodig zijn over projectorganisatie, besluitvorming, informatievoorziening, participatie, communicatie en de verdeling van verantwoordelijkheden, kosten, vergoedingen en risico’s tussen beide gemeenten, en hierover voorstellen ter besluitvorming aan beide colleges voor te leggen.


    5. De raadsinformatiebrief vast te stellen.

  8. 4.d

    Tijdens de C&K avond van 14 oktober 2026 wordt een toelichting gegeven op de financiële begroting 2027. Het college heeft hiervoor het programma vastgesteld.

    Voorgesteld besluit

    Het programma vast te stellen voor de Context & Kaders avond van 14 oktober 2026 betreffende de Programmabegroting 2027.

    Besluit

    Het programma vast te stellen voor de Context & Kaders avond van 14 oktober 2026 betreffende de Programmabegroting 2027.

  9. 4.e

    Op 17 november 2025 heeft de gemeenteraad de motie ‘Verkeerskundig onderzoek Woubrugge’ aangenomen. Deze raadsinformatiebrief informeert de raad over de opzet, planning en kosten van het verkeerskundig onderzoek. Een onafhankelijk verkeersbureau, ondersteund door een stedenbouwkundig bureau, onderzoekt de huidige en toekomstige verkeersdruk in Woubrugge. Daarbij worden oplossingsrichtingen uitgewerkt, zoals een mogelijke tweede ontsluiting, een toekomstbestendige aansluiting op de N466 en scheiding van snel en langzaam verkeer. De dorpsraad en inwoners zijn via een werkgroep actief betrokken. De eerste resultaten worden begin 2027 verwacht. De kosten bedragen circa €35.000 en worden gedekt uit de algemene reserve.
    Het college heeft de raadsinformatiebrief vastgesteld.

    Voorgesteld besluit

    1. Raadsinformatiebrief Verkeerskundig onderzoek Woubrugge vast te stellen

    Besluit

    1. Raadsinformatiebrief Verkeerskundig onderzoek Woubrugge vast te stellen
  10. 4.f

    Kern 11 heeft schriftelijke vragen gesteld inzake het verwijderen en vervangen van de pannakooi in de speelplek aan het Woudse Hout in Rijnsaterwoude. Het college heeft de beantwoording van de schriftelijke vragen vastgesteld.

    Voorgesteld besluit

    1. De antwoorden op de schriftelijke vragen van Kern 11 inzake speelplek Woudse Hout vast te stellen.

    Besluit

    1. De antwoorden op de schriftelijke vragen van Kern 11 inzake speelplek Woudse Hout vast te stellen.

  11. 5
    Openbare bespreekstukken
  12. 5.a

    Vóór 15 november wordt de door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting 2026 inclusief de meerjarenraming 2027-2029 aan de provincie aangeboden. De provincie bericht voor het einde van het jaar of zij akkoord gaat met de begroting. Hierna kan de gemeente met de in deze begroting opgenomen middelen aan de slag gaan met de voor 2027 geplande taken.

    Voorgesteld besluit

    Het raadsvoorstel vast te stellen waarin wordt voorgesteld:
    1. De Programmabegroting 2027 vast te stellen met de volgende uitgangspunten:
    a. In te stemmen met de doelen, inspanningen en middelen zoals opgenomen in de programma’s 1 tot en met 3 van deze programmabegroting;
    b. In te stemmen met de financiële kaders, zoals verwoord in de begroting, onderdeel “Gehanteerde kaders voor de begroting 2027”;
    2. De geactualiseerde nota Reserves en Voorzieningen vast te stellen.

    Besluit

    Het raadsvoorstel vast te stellen waarin wordt voorgesteld:

    1. De Programmabegroting 2027 vast te stellen met de volgende uitgangspunten:
      a. In te stemmen met de doelen, inspanningen en middelen zoals opgenomen in de programma’s 1 tot en met 3 van deze programmabegroting;
      b. In te stemmen met de financiële kaders, zoals verwoord in de begroting, onderdeel “Gehanteerde kaders voor de begroting 2027”;
    2. De geactualiseerde nota Reserves en Voorzieningen vast te stellen.
  13. 5.b

    De provincie Zuid-Holland heeft ambtelijk aangegeven positief te adviseren over het verzoek om bevoegd gezag te worden voor het traject Opwek Energie Rijksgronden (OER) A4/N11, maar negatief te zullen adviseren over de enige kansrijke gemeentelijke locatie voor zonne-energie. Hierdoor resteren uitsluitend twee beperkt kansrijke gemeentelijke percelen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 0,16 hectare. Het college concludeert dat daarmee geen realistisch perspectief meer bestaat op ontwikkeling van zonne-energie op gemeentelijke gronden binnen deze tender. Om die reden ziet het college geen aanleiding de deelname aan het OER-traject voort te zetten. De raad wordt hierover geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. De provincie wordt hierover conform de eerder gemaakte afspraken ambtelijk geïnformeerd.

    Voorgesteld besluit

    1. Kennis te nemen van het ambtelijke advies van de provincie Zuid-Holland om de enige kansrijke gemeentelijke locatie voor zonne-energie buiten de scope van het vervolgtraject OER A4-N11 te laten.
    2. Vast te stellen dat hierdoor onvoldoende perspectief resteert op ontwikkeling van zonne-energie op gemeentelijke gronden binnen het OER-traject A4/N11.
    3. De provincie Zuid-Holland overeenkomstig de gemaakte afspraken ambtelijk hierover te informeren.
    4. De raadsinformatiebrief vast te stellen.
    5. Vast te stellen dat gebruikers van het perceel en direct omwonende ambtelijk telefonisch op de hoogte worden gesteld, voorafgaand aan publicatie van stukken.

    Besluit

    1. Kennis te nemen van het ambtelijke advies van de provincie Zuid-Holland om de enige kansrijke gemeentelijke locatie voor zonne-energie buiten de scope van het vervolgtraject OER A4-N11 te laten.
    2. Vast te stellen dat hierdoor onvoldoende perspectief resteert op ontwikkeling van zonne-energie op gemeentelijke gronden binnen het OER-traject A4/N11.
    3. De provincie Zuid-Holland overeenkomstig de gemaakte afspraken ambtelijk hierover te informeren.
    4. De raadsinformatiebrief vast te stellen.
    5. Vast te stellen dat gebruikers van het perceel en direct omwonende ambtelijk telefonisch op de hoogte worden gesteld, voorafgaand aan publicatie van stukken.

  14. 6

    Besluit

    Conform besloten

  15. 7
    Niet openbare hamerstukken
  16. 8
    Niet openbare bespreekstukken
  17. 9

    Besluit

    Besproken.

  18. 10
    Ingekomen stukken
  19. 11
    Middagsessie