- Locatie
Collegekamer
- Voorzitter
- A. (Astrid) Heijstee - Bolt
Agendapunten
-
1Opening en vaststelling agenda
-
2Informatie-uitwisseling
-
3Uitnodigingen
-
4Ingekomen stukken
-
5
Bijlagen
Besluit
Conform besloten
-
6Openbare hamerstukken
-
6.a
De initiatiefnemers zijn voornemens om een verloskundigenpraktijk te realiseren op Veerstraat 33 en 33a Oude Wetering, waarvoor de bedrijfsfunctie dient te worden toegevoegd, met behoud van de woonfunctie. Het college neemt een positieve grondhouding aan ten opzichte van het initiatief, maar stelt tegelijkertijd wel een aantal voorwaarden.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het toevoegen van een bedrijfsfunctie, waarbij een verloskundigenpraktijk is toegestaan, met behoud van de woonfunctie op beide huisnummers op Veerstraat 33 en 33a, Oude Wetering, onder de volgende voorwaarden:
a. Er dient minimaal één woonruimte beschikbaar te blijven, zodat geen woning aan de voorraad wordt onttrokken;
b. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans;
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.Besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het toevoegen van een bedrijfsfunctie, waarbij een verloskundigenpraktijk is toegestaan, met behoud van de woonfunctie op beide huisnummers op Veerstraat 33 en 33a, Oude Wetering, onder de volgende voorwaarden:
a. Er dient minimaal één woonruimte beschikbaar te blijven, zodat geen woning aan de voorraad wordt onttrokken;
b. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans;
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’. -
6.b
Voor het beheer van de openbare ruimte is er een structurele behoefte aan het snel en flexibel kunnen uitvoeren van afzonderlijke kleinschalige, operationele meet- en tekenwerkzaamheden. De totale omvang van de werkzaamheden zou de drempelwaarde voor Europese aanbesteding kunnen overschrijden, daarom is ervoor gekozen deze dienst via een aanbestedingsprocedure in de markt te zetten. Het college heeft de aanbestedingsstrategie (-stukken) voor de raamovereenkomst Meet- en Tekendiensten vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. De aanbestedingsstrategie en bijbehorende aanbestedingsstukken voor de raamovereenkomst “Meet- en Tekendiensten” vast te stellen.
Besluit
1. De aanbestedingsstrategie en bijbehorende aanbestedingsstukken voor de raamovereenkomst “Meet- en Tekendiensten” vast te stellen.
-
6.c
De initiatiefnemers zijn voornemens om de bestemming van de percelen achter Zuideinde 101 en 101a in Roelofarendsveen planologisch om te zetten naar Wonen en op de percelen 1223, 5567 en 5568 drie woningen te realiseren. Het college neemt een positieve grondhouding aan ten opzichte van het initiatief, maar stelt tegelijkertijd wel een aantal voorwaarden.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het planologisch omzetten naar Wonen op de percelen achter Zuideinde 101 en 101a en het mogelijk maken van de realisatie van drie woningen op de percelen 1223, 5567 en 5568, onder de volgende voorwaarden:
a. De woningen dienen aan te sluiten bij de aard en schaal van de directe omgeving en te voldoen aan de voorwaarden uit de Nota Inbreidingslocaties;
b. Er dient te worden aangetoond dat het Zuid- en Noordeinde de extra verkeersbewegingen aankan. Tevens dient de ontsluiting van de drie woningen plaats te vinden via het Braassemhof;
c. Aangetoond moet worden dat de woningbouw milieu hygiënisch inpasbaar is, mede gelet op de mogelijke vergunningverlening voor Zuideinde 99;
d. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie, etc.), de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans;
e. Initiatiefnemer dient, in het kader van de Nota Vereveningsfonds, te onderzoeken of het mogelijk is om betaalbare woningen binnen het plan te realiseren. Indien dit niet mogelijk is, dient dit volledig en deugdelijk te worden onderbouwd, waarbij tevens wordt aangetoond op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. In dat geval vindt compensatie plaats via een afdracht in het sociale vereveningsfonds, conform de uitgangspunten van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment.
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.Besluiten
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het planologisch omzetten naar Wonen op de percelen achter Zuideinde 101 en 101a en het mogelijk maken van de realisatie van drie woningen op de percelen 1223, 5567 en 5568, onder de volgende voorwaarden:
a. De woningen dienen aan te sluiten bij de aard en schaal van de directe omgeving en te voldoen aan de voorwaarden uit de Nota Inbreidingslocaties;
b. Er dient te worden aangetoond dat het Zuid- en Noordeinde de extra verkeersbewegingen aankan. Tevens dient de ontsluiting van de drie woningen plaats te vinden via het Braassemhof;
c. Aangetoond moet worden dat de woningbouw milieu hygiënisch inpasbaar is, mede gelet op de mogelijke vergunningverlening voor Zuideinde 99;
d. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie, etc.), de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans;
e. Initiatiefnemer dient, in het kader van de Nota Vereveningsfonds, te onderzoeken of het mogelijk is om betaalbare woningen binnen het plan te realiseren. Indien dit niet mogelijk is, dient dit volledig en deugdelijk te worden onderbouwd, waarbij tevens wordt aangetoond op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. In dat geval vindt compensatie plaats via een afdracht in het sociale vereveningsfonds, conform de uitgangspunten van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment.
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het planologisch omzetten naar Wonen op de percelen achter Zuideinde 101 en 101a en het mogelijk maken van de realisatie van drie woningen op de percelen 1223, 5567 en 5568, onder de volgende voorwaarden:
a. De woningen dienen aan te sluiten bij de aard en schaal van de directe omgeving en te voldoen aan de voorwaarden uit de Nota Inbreidingslocaties;
b. Er dient te worden aangetoond dat het Zuid- en Noordeinde de extra verkeersbewegingen aankan. Tevens dient de ontsluiting van de drie woningen plaats te vinden via het Braassemhof;
c. Aangetoond moet worden dat de woningbouw milieu hygiënisch inpasbaar is, mede gelet op de mogelijke vergunningverlening voor Zuideinde 99;
d. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie, etc.), de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans;
e. Initiatiefnemer dient, in het kader van de Nota Vereveningsfonds, te onderzoeken of het mogelijk is om betaalbare woningen binnen het plan te realiseren. Indien dit niet mogelijk is, dient dit volledig en deugdelijk te worden onderbouwd, waarbij tevens wordt aangetoond op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. In dat geval vindt compensatie plaats via een afdracht in het sociale vereveningsfonds, conform de uitgangspunten van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment.
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’. -
6.d
De initiatiefnemers zijn voornemens om de aanwezige stallen en verharding op locatie Achterweg 3, Nieuwe Wetering, te saneren, ter compensatie van de realisatie van nieuwe woningen. Het college neemt een positieve grondhouding aan ten opzichte van het initiatief, maar stelt tegelijkertijd wel een aantal voorwaarden.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het saneren van de aanwezige stallen en verharding ter compensatie van de realisatie van vier nieuwe woningen op Achterweg 3 in Nieuwe Wetering, onder de volgende voorwaarden:
a. De bestaande agrarische bestemming dient volledig te worden verwijderd. Dit geldt tevens voor de huidige woning en de opstallen die behouden blijven;
b. Het ontwerp dient te passen binnen de richtlijnen van de ruimte-voor-ruimte-regeling en het geldende provinciale beleid;
c. De woningen dienen qua aard en schaal aan te sluiten bij de omliggende bebouwing;
d. Initiatiefnemer dient, in het kader van de Nota Vereveningsfonds, te onderzoeken of het mogelijk is om betaalbare woningen binnen het plan te realiseren. Indien dit niet mogelijk is, dient dit volledig en deugdelijk te worden onderbouwd, waarbij tevens wordt aangetoond op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. In dat geval vindt compensatie plaats via een afdracht in het sociale vereveningsfonds, conform de uitgangspunten van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment;
e. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie en externe veiligheid), de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans welke conform de berekeningsaantallen van de Crow is.
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.Besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het saneren van de aanwezige stallen en verharding ter compensatie van de realisatie van vier nieuwe woningen op Achterweg 3 in Nieuwe Wetering, onder de volgende voorwaarden:
a. De bestaande agrarische bestemming dient volledig te worden verwijderd. Dit geldt tevens voor de huidige woning en de opstallen die behouden blijven;
b. Het ontwerp dient te passen binnen de richtlijnen van de ruimte-voor-ruimte-regeling en het geldende provinciale beleid;
c. De woningen dienen qua aard en schaal aan te sluiten bij de omliggende bebouwing;
d. Initiatiefnemer dient, in het kader van de Nota Vereveningsfonds, te onderzoeken of het mogelijk is om betaalbare woningen binnen het plan te realiseren. Indien dit niet mogelijk is, dient dit volledig en deugdelijk te worden onderbouwd, waarbij tevens wordt aangetoond op welke wijze het initiatief bijdraagt aan de doorstroming op de woningmarkt. In dat geval vindt compensatie plaats via een afdracht in het sociale vereveningsfonds, conform de uitgangspunten van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment;
e. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie en externe veiligheid), de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbalans welke conform de berekeningsaantallen van de Crow is.
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’. -
6.e
De initiatiefnemers zijn voornemens om vier nieuwe woningen te realiseren op het Noordeinde 146, Roelofarendsveen. Het college neemt een positieve grondhouding aan ten opzichte van het initiatief, maar stelt tegelijkertijd wel een aantal voorwaarden.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het realiseren van vier nieuwe woningen op Noordeinde 146 in Roelofarendsveen, onder de volgende voorwaarden:
a. Er dient een nadere toelichting te worden aangeleverd waarin wordt ingegaan op de (mogelijke) gevolgen van het plan voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Noordeinde 144a en 144b;
b. Er dient onderbouwd te worden dat het Noordeinde de extra verkeersbewegingen aankan;
c. De woningen dienen qua aard en schaal aan te sluiten bij de omliggende bebouwing;
d. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie, etc.), de verkeersaantrekkende werking, de parkeerbalans alsmede de ligging van het plangebied naast een perceel waar bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan;
e. De afdracht aan het sociaal vereveningsfonds dient te worden berekend, om te voldoen aan de eis van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment. Woningen tot de NGH-grens geldt een zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’.Besluit
1. Een positieve grondhouding aan te nemen ten aanzien van het realiseren van vier nieuwe woningen op Noordeinde 146 in Roelofarendsveen, onder de volgende voorwaarden:
a. Er dient een nadere toelichting te worden aangeleverd waarin wordt ingegaan op de (mogelijke) gevolgen van het plan voor de bedrijfsvoering van het bedrijf aan Noordeinde 144a en 144b;
b. Er dient onderbouwd te worden dat het Noordeinde de extra verkeersbewegingen aankan;
c. De woningen dienen qua aard en schaal aan te sluiten bij de omliggende bebouwing;
d. Er dient een Goede onderbouwing van de Fysieke Leefomgeving (GoFLo) te worden gegeven. Die onderbouwing is onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning. Met de GoFLo moet worden aangetoond dat met de gewenste ontwikkeling enerzijds sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en anderzijds dat er bij de omliggende woning(en) sprake blijft van een gezonde leefomgeving. Daarbij dient onder andere ingegaan te worden op de verschillende (relevante) omgevingsaspecten (o.a. bodem, geluid, ecologie, etc.), de verkeersaantrekkende werking, de parkeerbalans alsmede de ligging van het plangebied naast een perceel waar bedrijven tot en met milieucategorie 2 zijn toegestaan;
e. De afdracht aan het sociaal vereveningsfonds dient te worden berekend, om te voldoen aan de eis van 30% sociale woningbouw en 40% middensegment. Woningen tot de NGH-grens geldt een zelfbewoningsplicht en antispeculatiebeding
2. Indiener te verplichten de omwonenden en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aan de hand van het document ‘Werkwijzer met Elkaar voor initiatiefnemers’. -
6.f
De gemeenteraad heeft twee brieven ontvangen over windenergie in Kaag en Braassem, afkomstig van de Watersportondernemers Oostelijk Kaaggebied en Braassem (WOKB) en een inwoner van de gemeente. In beide brieven worden zorgen geuit over de mogelijke gevolgen van windturbines voor onder meer landschap, recreatie, toerisme en watersport. Met bijgevoegde conceptbrieven stelt het college voor namens de gemeenteraad op deze brieven te reageren. In de beantwoording wordt ingegaan op de ingebrachte zorgen, de rol van het koersdocument Sterk voor de dorpen, de verschillende opvattingen binnen de gemeenteraad over windenergie en de actuele provinciale besluitvorming hierover.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
- De reactie op brief 3911 vast te stellen.
2. De reactie op brief 3912 vast te stellen.
Besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
- De reactie op brief 3911 vast te stellen.
2. De reactie op brief 3912 vast te stellen.
- De reactie op brief 3911 vast te stellen.
-
6.g
De fractie van Kern11 heeft schriftelijke vragen gesteld over het voornemen om niet meer te kunnen trouwen op een eigen trouwlocatie. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Kern11 over het voornemen om niet meer te kunnen trouwen op een eigen trouwlocatie vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Kern11 over het voornemen om niet meer te kunnen trouwen op een eigen trouwlocatie vast te stellen.
-
6.h
De fractie van Groep Mooren heeft schriftelijke vragen gesteld naar aanleiding van de RIB OER-traject A4/N11. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van de fractie van Groep Mooren over de RIB OER-traject A4/N11 vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van de fractie van Groep Mooren over de RIB OER-traject A4/N11 vast te stellen.
-
6.i
De fractie van VVD heeft schriftelijke vragen gesteld over netcongestie, duurzame opwek en windturbines. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van de fractie VVD over netcongestie, duurzame opwek en windturbines, vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van de fractie VVD over netcongestie, duurzame opwek en windturbines, vast te stellen.
-
6.j
Op 6 juli jl. heeft het college de raad toegezegd te onderzoeken of het zinvol is om gebruik te maken van de provinciale subsidieregeling voor een potentieonderzoek naar Small Modular Reactors (SMR’s). Het college informeert met deze brief de raad dat het college concludeert dat er op dit moment onvoldoende aanleiding bestaat om de subsidie aan te vragen. De belangrijkste redenen hiervoor zijn dat de provincie reeds een vergelijkbaar onderzoek uitvoert, landelijke beoordelingskaders nog in ontwikkeling zijn en de verdere beoordeling van locaties buiten de gemeentelijke bevoegdheid ligt.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De raadsinformatiebrief toezegging onderzoek subsidieregeling potentieonderzoek SMR’s vast te stellen.
Besluit
De raadsinformatiebrief toezegging onderzoek subsidieregeling potentieonderzoek SMR’s vast te stellen.
-
7Openbare bespreekstukken
-
7.a
EMM'21 dreigt door tijdsverschillen tussen betaalverplichtingen en de ontvangst van BOSA-subsidie en BTW-teruggave in liquiditeitsproblemen te komen bij de afronding van het Sportpad-project. Het college heeft besloten EMM'21 hiervoor een tijdelijke, renteloze lening te verstrekken van maximaal € 1.076.555, die wordt terugbetaald zodra de onderliggende inkomsten binnenkomen, met als uiterste datum 31 december 2028.
Bij nadere toetsing aan het treasurystatuut is gebleken dat een deel van deze lening pas na meer dan een jaar wordt terugbetaald én dat dit deel groter is dan € 50.000. Daarmee valt de lening onder de werking van het treasurystatuut, dat voor dergelijke uitzettingen voorafgaande autorisatie door de raad voorschrijft. Zonder een raadsbesluit vooraf is de lening onrechtmatig.
Het college heeft het raadsvoorstel vastgesteld.Bijlagen
Voorgesteld besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
De door het college op 30 juni 2026 besloten renteloze lening aan EMM'21 van maximaal € 1.076.555 op grond van het treasurystatuut te autoriseren.
Besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
De door het college op 30 juni 2026 besloten renteloze lening aan EMM'21 van maximaal € 1.076.555 op grond van het treasurystatuut te autoriseren.Wethouder Van Egmond niet heeft deelgenomen aan de beraadslagingen. Gelet op lidmaatschap EMM is wethouder Van Sandick vervangend portefeuillehouder.
-
7.b
Groep Mooren heeft schriftelijke vragen gesteld over de bezwaarschriftencommissie. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Groep Mooren over de bezwaarschriftencommissie vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Groep Mooren over de bezwaarschriftencommissie vast te stellen.
-
7.c
De fractie van Kern11 heeft schriftelijke vragen gesteld over het contract met Blue Amigo voor het exploiteren van de pont bij Kaag. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Kern11 over het contract Blue Amigo pont Kaag vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Kern11 over het contract Blue Amigo pont Kaag vast te stellen.
-
7.d
De fractie van Samen heeft schriftelijke vragen gesteld over Herontwikkeling Emmalaan 47 Woubrugge . Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Samen over Herontwikkeling Emmalaan 47 Woubrugge vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van Samen over Herontwikkeling Emmalaan 47 Woubrugge vast te stellen.
-
7.e
De openbare ruimte van het Sportpad is de derde en laatste fase van de ontwikkeling van Kineo en het Sportpad, na het kind- en beweegcentrum Kineo (fase 1) en de sportvelden en clubgebouwen (fase 2). Deze derde fase omvat het beweegplein bij Kineo, het oostelijk parkeerterrein, het centrale fiets- en wandelpad Sportpad en de ruimte rond Kineo. Het ontwerp is uitgewerkt in het Inrichtingsplan (bijlage). Dit is tot stand gekomen met intensieve inbreng van de Kindpartners, het Sportbedrijf, de sportverenigingen en een klankbordgroep.
De inrichting kent veel groen, bestaand en nieuw, en is klimaatadaptatief. Veel van de bestaande bomen worden behouden. Er komt een Tiny Forest. De ruimte is veelal waterdoorlatend. Voor de sociale veiligheid zijn er onder meer goede zichtlijnen, is spreiding van gebruik over de dag en goede verlichting.
Voor de realisatie is een netto krediet van € 8,1 miljoen nodig. In de begroting is via de stelpost Sportpad al € 5,2 miljoen gedekt; het benodigde krediet stijgt met € 2,9 miljoen, vooral door bouwkostenstijgingen en extra grondwerk vanwege de slappe veengrond. Na aftrek van het reeds geautoriseerde voorbereidingskrediet resteert een nog te autoriseren krediet van € 7,4 miljoen.
Wij leggen de raad daarnaast twee technisch verantwoorde maar door gebruikers en college ongewenst geachte bezuinigingsopties voor.
Het college heeft het raadsvoorstel vastgesteld.Bijlagen
Voorgesteld besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
1. Een aanvullend krediet van € 2,9 miljoen beschikbaar te stellen voor de realisatie van de openbare ruimte Sportpad.
2. De hieruit voortvloeiende structurele verhoging van de kapitaallasten met € 139.000 per jaar vanaf 2028 te verwerken in de begroting.
3. Het krediet van € 5,2 miljoen dat al is gedekt in de begroting, vrij te geven voor de realisatie van de openbare ruimte Sportpad.Besluit
Het raadsvoorstel vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
1. Een aanvullend krediet van € 2,9 miljoen beschikbaar te stellen voor de realisatie van de openbare ruimte Sportpad.
2. De hieruit voortvloeiende structurele verhoging van de kapitaallasten met € 139.000 per jaar vanaf 2028 te verwerken in de begroting.
3. Het krediet van € 5,2 miljoen dat al is gedekt in de begroting, vrij te geven voor de realisatie van de openbare ruimte Sportpad. -
7.f
De gemeente wil een volgende stap zetten in de participatie. Deze C&K-avond staat in het teken van een gesprek met de gemeenteraad over de kaders en randvoorwaarden die richting geven aan de manier waarop het participatiebeleid wordt uitgevoerd en vormgegeven.
Het college heeft het programma vastgesteld.Bijlagen
Voorgesteld besluit
Het programma voor de C&K van 2 september 2026 over participatie vast te stellen.
Besluit
Het programma voor de C&K van 2 september 2026 over participatie vast te stellen.
-
7.g
In februari 2022 heeft de gemeenteraad besloten tot het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht voor gronden in fase 7–10 van Braassemerland . Het voorkeursrecht is op 5 maart 2022 in werking getreden en zou zonder verlenging vervallen op 5 maart 2027.
Verlenging is nodig omdat de grondverwerving binnen het exploitatiegebied nog niet is afgerond en de verwervingsstrategie van de VOF Braassemerland is gebaseerd op de eerder beoogde langere looptijd (einddatum 28 mei 2029). Zonder verlenging bestaat het risico op grondspeculatie en verlies van regie, waardoor de gewenste gebiedsontwikkeling en betaalbaarheid onder druk komen te staan. Met dit besluit blijft het voorkeursrecht van kracht tot en met 5 maart 2032. Met het Voorkeursrecht zijn rechthebbenden verplicht de gronden als eerste aan de gemeente aan te bieden. Gemeente zal na zorgvuldige afweging en afstemming al dan niet gebruik maken van het Voorkeursrecht, waarbij de raad (eventueel via een nog op te richten commissie) over zal worden geïnformeerd.
Het college heeft het concept raadsvoorstel en -besluit vastgesteld. Dit wordt ter inzage gelegd, zodat belanghebbenden gelegenheid hebben een zienswijze in te dienen op het voorgenomen besluitBijlagen
Voorgesteld besluit
1. Het concept raadsvoorstel en -besluit vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
1. De aanwijzing met het gemeentelijke voorkeursrecht voor de percelen, zoals opgenomen in de bijlage ‘Percelenlijst Voorkeursrecht Braassemerland’ te verlengen met een wettelijke periode van vijf jaar, op grond van artikel 9.4 lid 1 Omgevingswet;
2. Te concluderen dat de planologische basis van dit verlengingsbesluit het bestemmingsplan ‘Braassemerland 2019’ is;
3. Te concluderen dat onderhavig besluit van rechtswege vervalt na 5 maart 2032;
4. Dit besluit te publiceren op de daarvoor voorgeschreven wijze;
5. De eigenaren en overige zakelijk gerechtigden van de aangewezen percelen van het besluit in kennis te stellen.
6. Het voorkeursrecht pas na zorgvuldige afweging en afstemming in te zetten.
2. Het concept raadsvoorstel en -besluit met de daarbij behorende stukken voor 4 weken ter inzage te leggen en belanghebbenden de gelegenheid te geven een zienswijze in te dienenBesluit
1. Het concept raadsvoorstel en -besluit vast te stellen, waarin wordt voorgesteld:
1. De aanwijzing met het gemeentelijke voorkeursrecht voor de percelen, zoals opgenomen in de bijlage ‘Percelenlijst Voorkeursrecht Braassemerland’ te verlengen met een wettelijke periode van vijf jaar, op grond van artikel 9.4 lid 1 Omgevingswet;
2. Te concluderen dat de planologische basis van dit verlengingsbesluit het bestemmingsplan ‘Braassemerland 2019’ is;
3. Te concluderen dat onderhavig besluit van rechtswege vervalt na 5 maart 2032;
4. Dit besluit te publiceren op de daarvoor voorgeschreven wijze;
5. De eigenaren en overige zakelijk gerechtigden van de aangewezen percelen van het besluit in kennis te stellen.
6. Het Voorkeursrecht pas na zorgvuldige afweging en afstemming in te zetten.
2. Het concept raadsvoorstel en -besluit met de daarbij behorende stukken voor 4 weken ter inzage te leggen en belanghebbenden de gelegenheid te geven een zienswijze in te dienen -
7.h
De fractie van D66 heeft schriftelijke vragen gesteld over het kappen binnen het broedseizoen. Het college heeft de beantwoording vastgesteld.
Bijlagen
Voorgesteld besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van D66 over kappen binnen broedseizoen vast te stellen.
Besluit
De beantwoording van de schriftelijke vragen van D66 over kappen binnen broedseizoen vast te stellen.
-
7.i
Op 1 januari 2032 moet de gemeente beschikken over een gemeentebreed Omgevingsplan. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) beschikken we als gemeente over een tijdelijk Omgevingsplan. Het voorliggende plan van aanpak is opgesteld om de transitie naar het gemeentebrede Omgevingsplan in beeld te brengen. Het plan beschrijft een gefaseerde aanpak met drie sporen: het opbouwen van een basisstructuur van het Omgevingsplan, een gebiedsgerichte uitrol en een thematische uitrol. Voorgesteld wordt het plan van aanpak voor het opstellen van één gemeentebreed Omgevingsplan vast te stellen, evenals het programma voor de C&K op 2 september 2026. Hiermee wordt de gemeenteraad vroegtijdig betrokken bij zowel de inhoudelijke opgave als de voorgestelde aanpak om te komen tot een integraal gemeentebreed Omgevingsplan.
Het college heeft het plan van aanpak en het programma C&K vastgesteld.Bijlagen
Voorgesteld besluit
1. Het Plan van Aanpak Omgevingsplan vast te stellen.
2. Het programma en bijbehorende presentatie voor de C&K van 2 september 2026 over het Omgevingsplan vast te stellen.Besluit
1. Het Plan van Aanpak Omgevingsplan vast te stellen.
2. Het programma en bijbehorende presentatie voor de C&K van 2 september 2026 over het Omgevingsplan vast te stellen. -
8
Besluit
Conform besloten
-
9Niet openbare hamerstukken
-
10Niet openbare bespreekstukken
-
11Middagsessie